Preek zondag 27 september 2015, Bloemendaal

Preek zondag 27 september 2015, Bloemendaal

Door Ad van Nieuwpoort

Vandaag weer zo'n verhaal uit het boek richteren. Ook vandaag begin ik maar weer even met de waarschuwing, zoals ze ook maar op sigarettenpakje blijven herhalen: dit verhaal is een verhaal dat ons iets wil leren. Maar dit is geen vaderlandse geschiedenis, geen verslag van historische gebeurtenissen.

Zoals vorige week de richter Ehud opstond tegen koning Kalf, zo zijn het vandaag 2 vrouwen die het beslissende werk doen. Debora, de eerste profetische vrouw in de bijbel en een meisje uit de zogenaamde heidenen, genaamd Jaël. Debora staat tegenover de almachtige tiran Jabin met zijn veldheer Sisera. Een onverslaanbare macht die het mensenvolk al 20 jaar vernedert. Debora roept Barak die haar moet helpen om deze macht te verslaan, maar Barak blijkt een held op sokken. Uiteindelijk moeten anderen dat doen wat hij had moeten doen.

Ook nu wordt weer een beroep gedaan op uw gevoel voor humor. Want de verteller hoopt zelfs dat u bij de meeste gruwelijke scene uit dit verhaal de humor hoort. Veel gevraagd van meestal ernstige christenen, maar we gaan ervoor.

Op de achtergrond zingt Maria haar strijdlied. Ze is ongetwijfeld geïnspireerd door de twee vrouwen van vanochtend.

Richteren 4 en Lukas 1 : 45 - 57

1)         De kinderen van Israël gingen door te doen wat kwaad was in de ogen van JHWH

            toen Ehud gestorven was.

2)         En JHWH leverde hen uit in de hand van Jabin,

            de koning van Kanaän, die koning was te Chatsor.

            Zijn legeroverste was Sisera.

            Hij zetelde in Charosjet ha-Gojim.

3)         De kinderen van Israël schreeuwden tot JHWH

            want hij had negenhonderd ijzeren wagens

            en hij onderdrukte de kinderen van Israël met kracht, twintig jaar.

4)         Debora nu, een vrouw, een profetes, de vrouw van Lappidot,

            zij richtte Israël in die tijd.

5)         Zij zetelde onder de Deborapalm

            tussen Rama en Bethel, in het gebergte van Efraïm.

            Tot haar gingen de kinderen van Israël op om recht.

6)         Ze zond uit om Barak te roepen, de zoon van Abinoam, uit Kedesj in Naftali.

            Ze zei tot hem:

                        Heeft niet JHWH, de God van Israël, geboden:

                                   Ga en trek naar de berg Tabor,

                                   neem met je tienduizend man

van de zonen van Naftali en de zonen van Zebulon.

7)                                Ik trek dan Sisera naar jou, naar de beek Kisjon toe,

                                   de legeroverste van Jabin, zijn wagens, zijn menigte;

                                   ik geef hem in jouw hand.

8)         Barak zei tot haar:

                        Ga jij met mij, dan ga ik,

                        ga je niet met mij, dan ga ik niet.

9)         Zij zei:

                        Gaan, ja gaan zal ik met jou.

                        Alleen, roem zal er voor jou niet zijn op de weg die je gaat:

                        in de hand van een vrouw zal JHWH Sisera uitleveren!

10)       Barak liet Zebulon en Naftali oproepen naar Kedesj.

            Er trokken in zijn voetspoor tienduizend man op,

            en Debora trok op, mee met hem.

11)       Cheber, de Keniet, had zich afgescheiden van Kaïn,

            van de zonen van Chobab, de zwager van Mozes.

            Hij had zijn tent opgeslagen bij de eik te Tsaänannim, dat bij Kedesj ligt.

12)       Men vertelde aan Sisera dat Barak, de zoon van Abinoam,

de berg Tabor was opgegaan.

13)       Toen liet Sisera al zijn wagens oproepen,

            negenhonderd ijzeren wagens

            en al het volk (gebruis) dat met hem was

            uit Charosjet-ha-Gojim naar de beek Kisjon.

14)       Debora zei tot Barak:

                        Sta op!

                        Want dit is de dag

                        waarop JHWH Sisera in je hand geeft.

                        Gaat niet JHWH voor je uit?

            Toen daalde Barak af van de berg Tabor

            en tienduizend man achter hem aan.

15)       JHWH bracht verwarring over Sisera, alle wagens en heel het leger,

            door het scherp van het zwaard

            voor het aangezicht van Barak.

            Toen daalde Sisera af van de wagen

            en hij vluchtte te voet.

16)       Barak joeg de wagens achterna, het leger achterna

            tot Charosjet ha-Gojim.

            Heel het leger van Sisera viel door het scherp van het zwaard,

            niet één bleef er over.

17)       Sisera was te voet gevlucht

            naar de tent van Jaël, de vrouw van Cheber de Keniet:

            want er was vrede tussen Jabin de koning van Chatsor

en het huis van Cheber de Keniet.

18)       Jaël ging naar buiten, Sisera tegemoet.

            Ze zei tot hem:

                        Buig af mijn Heer, buig af naar mij!

                        Vrees niet!

            Hij boog naar haar af, de tent in,

            en zij dekte hem toe met een tentkleed.

19)       Hij zei tot haar:

                        Geef mij toch wat water te drinken,

                        want ik heb dorst.

            Zij opende de melkzak,

            en gaf hem te drinken

            en dekte hem toe.

20)       Hij zei tot haar:

                        Stel je op bij de opening van de tent

                        en laat het zo zijn:

                        als er iemand komt en jou vraagt en zegt:

                                   Is hier iemand?

                        Zeg dan:

                                   Niemand!

21)       Jaël, de vrouw van Cheber, pakte een tentpin,

            ze nam de hamer in haar hand,

            kwam heimelijk op hem af

            en stak de pin in zijn slaap,

            en die gleed door, de grond in

            - hij was in diepe slaap, uitgeput -

            en hij stierf.

22)       En daar was Barak, jagend op Sisera.

            Jaël ging naar buiten hem tegemoet,

            ze zei tot hem:

                        Ga naar binnen,

                        dan zal ik je de man laten zien die jij zoekt.

            Hij kwam bij haar

            en zie: Sisera, neergevallen, dood, de pin zijn slaap.

23)       Zo vernederde God op die dag Jabin, de koning van Kanaän

            voor het aangezicht van de kinderen van Israël.

24)       De hand van de kinderen van Israël ging gaandeweg zwaarder drukken

            op Jabin, de koning van Kanaän,

            totdat ze tot een eind hadden gebracht Jabin, de koning van Kanaän.

In de laatste roman van Michel Houellebecq 'Onderworpen' gaat het over het Frankrijk van 2020. De Moslimpartij is de grootste partij geworden dankzij de totaal verzwakte en verdeelde Franse en Europese politiek. De leider van de Moslimpartij blijkt het gematigde alternatief voor het extreme Front National. Hij weet binnen een mum van tijd Westerse ongelovigen aan zich te binden. Deze gematigde Islam blijkt ineens te voorzien in een ideologische en spirituele dimensie die na het verdwijnen van de joods/christelijke waarden node gemist werd in Europa. Het project van de Verlichting is uitgelopen op een nietszeggende, platte, decadente cultuur van consumentisme met achter de mooie façades een inhoudelijk angstwekkende leegte. Een verbijsterende roman die al voor veel ophef zorgde. Men verwijt Houellebecq Islamofobie, maar ik denk dat het verbijsterende van zijn boek vooral is de wijze waarop hij het de genadeloze diagnose stelt van het geestelijk klimaat in West Europa. Misschien heeft hij wel een beetje gelijk. Want wat is ons verhaal eigenlijk? Wat zijn onze waarden? En waar komt toch die angst vandaan dat we zullen worden overspoeld door wat we dan maar even voor het gemak 'de Islam' noemen? Wat zegt dat over het vertrouwen dat wij hebben in het verhaal dat al eeuwen met ons meegaat? Weten we er nog iets van, vroeg Angela Merkel onlangs nog aan een zaal waarin het ging over de angst voor de Islamisering van Europa. Weet iemand hier nog wat Pinksteren betekent? Ga nog eens naar de kerk, zei ze. Helemaal zo gek nog niet.

De held van het verhaal dat we vanochtend lezen, doet mij een beetje denken aan dat verzwakte, bange Europa. U heeft het gehoord: Barak is de bibberende veldheer die alleen maar wat heen en weer rent omdat hij eigenlijk niet durft te doen wat echt nodig is.

Er moeten twee vrouwen aan te pas komen. Een uniek verhaal alleen al hierom dat nota bene in deze masculiene verhalenwereld er twee vrouwen zijn die de beslissende rol spelen: Debora en Jaël.

Aan het begin van het verhaal zit de koning Jabin met zijn veldheer Sisera als een onverslaanbare, totalitaire macht tegenover Debora, de eerste profetes uit de bijbel. Sisera wordt geschetst met 900 ijzeren wagens. Verpletterend, niet aan te ontkomen. Elke hoop op verandering uitgesloten. Een onoverwinbare macht. Zo wordt het geschetst. En aan de andere kant van het spectrum zit daar die vrouw onder een Palm. Haar naam heeft iets van een honingbij die zoemt door de geschiedenis. En tegelijk zit in haar naam het Hebreeuwse woordje DABAR. Dat zoiets betekent als Woord en Daad tegelijk. Daar zit ze. Deze vrouw tegenover die ijzeren macht van mannen. Geharnast om de bestaande orde vast te zetten. Elk tegengeluid de kop in te drukken. Zodra er ook maar iemand iets ertegen zegt vallen er bommen, spatten granaten uiteen. Denk aan Homs. Heeft u de laatste beelden gezien? Wat zou u doen als u daar nog woonde? Er is niets tegen te doen, zoveel is duidelijk. Elke hoop op bevrijding is gesmoord.

Een groter contrast had de verteller niet kunnen schetsen. En wat heeft Debora? Net als Ehud van vorige week heeft ze een woord. En waarom komen mensen naar haar toe? Om recht, zo staat er. Zij is de enige nog in het land die weet war recht is. En deze Debora staat op om wat te doen. Ze wil niet dat die ijzeren macht die alle menselijkheid kapot maakt het laatste woord heeft. Maar wat moet ze doen? Het is volstrekt tot mislukken gedoemd. Een verloren strijd. Maar toch. Nochtans: ze zoekt een Barak, bliksem is zijn naam. 'Jij moet het doen, Barak. Jij moet iets doen tegen die totalitaire macht.' Maar Barak staat te bibberen op zijn benen. Hij durft niet. Hij gelooft er niet in. Angst overvalt hem. En de realist zou zeggen: terecht! Niet doen! Wegwezen! En we horen Barak zeggen tegen Debora:

Ga jij met mij dan ga ik

ga je niet met mij dan ga ik niet…

Dat is in die Oosterse wereld echt heel vreemd wat deze man doet. Dat gebeurt echt nooit. Dat een krijgsman aan een vrouw vraagt om mee te gaan. Dat die niet durft zonder haar. U hoort wel: dit is geen triomfalistisch heldenverhaal van Israël. Dat zou je met dat vorige hoofdstuk misschien denken. Maar hier wordt elke kans daartoe uitgesloten. Barak doet in heel het verhaal niet veel meer dan heen en weer rennen als een soort kip zonder kop. De beslissende slag wordt door JHWH zelf geleverd.

Zodra de tiran hoort van de plannen van Barak staat hij al klaar met zijn ijzeren wagens. Een kansloos verhaal, zoveel is duidelijk. Want tegen die ijzeren macht, dat onafwendbare Noodlot, dat niet te keren Stomme Toeval: daartegen is toch niets te doen? Laten we maar thuisblijven. Het beste ervan hopen. Niet teveel bewegen. Angstig stil blijven zitten en niks zeggen. Maar het bijzondere nu is:  daar schrijft dit boek een tegenverhaal tegen. Niets, zelfs dat ijzeren Noodlot niet, is onverslaanbaar. Ze wagen het. Vanwege Debora en haar woord van recht.

Van de eigenlijke strijd horen we niets. Daar gaat het ook niet om. In de bijbel wordt de oorlog niet verheerlijkt. Dat zeggen alleen slechte lezers die niet de moeite hebben genomen om met het vingertje bij de woorden te lezen. Die zien het grote visioen over het hoofd dat juist zwaarden zullen worden omgesmeed tot ploegscharen. Nee, op de cruciale momenten is er die vreemde naam met die vreemde, onuitsprekelijke medeklinkers die het eigenlijke werk doet. Die het ijzeren Noodlot weet te verwarren. Weet om te keren. Er is ineens helemaal niets meer van over. O ja in de verte zien we de ijzeren tiran rennen. Te voet. Dat is er in één klap van overgebleven. Hij moet uit zijn stevige Volkswagen stappen. En op zijn slippers zoekt hij een plek om te schuilen. Nee, niet dankzij Barak, zoveel is duidelijk.

Maar vanwege die vrouw en haar woord van recht. Zij die het waagde het tegen dit verhaal op te nemen. Nee, geen angstig europeaantje, zoals Barak, die bang is om beroofd te worden van zijn liberale welvaartsleven. Nee, een woord van recht.

En het mooie is dat deze vrouw niet alleen is. Er is nog een andere vrouw. Nee, niet van dezelfde club. Maar goi. Een heidense vrouw. Zij moet de laatste knoop doorhakken… Zonder buitenkerkelijken is de kerk verloren, zoveel is duidelijk. Daar zien we die tent openstaan. Een en al gastvrijheid. En Jaël ziet in de verte de veldheer Sisera die uit zijn ijzeren wagen is gestapt en nu te voet een veilig onderkomen zoekt. Een kostelijke scene die we met humor moeten lezen. Jaël staat met open armen klaar om hem te ontvangen in haar tent. Net zoals ooit de hoer Rachab op de muren van Jericho de mannen gastvrij ontving. Maar ook hier zouden we eigenlijk van onze stoel moeten vallen als hoorders. Een veldheer komt in de tent van een vreemde vrouw om daar zijn heenkomen te zoeken? Ze behandelt hem als haar kind. Die grote stoere vertegenwoordiger van de almachtige Jabin wordt als een kind toegedekt onder een tentkleedje. Hoort u de spot? En hij vraag om wat water. Maar ze geeft hem wat melk. Alsof hij even aan haar borst wordt gelegd. Een bijna erotisch tafereeltje daar in die tent. Maar de grote veldheer legt zijn hele wezen in haar handen. Als er iemand komt moet ze zeggen dat er niemand is. Nee, daar zal Jaël heel letterlijk voor zorgen, als u begrijpt wat ik bedoel. De rest van het verhaal kent u. Ook hier weer een soort Davidje die een enorme reus omlegt. Om een einde te maken aan de wraakgierige, zoals de Psalmen zingen. Om die vijand van alle menselijkheid definitief de nek om te draaien. 'Hij heeft machtigen van hun troon gestoten en vernederden verhoogd', zo zingt die andere vrouw van het evangelie: Mirjam/Maria. De wereld op zijn kop.

En wie horen we in de verte? Daar horen we een hijgende Barak. De grote held van Israël. Hij is buiten adem van het heen en weer rennen. Je kunt je lachen bijna niet inhouden. En Jaël wacht hem net zo op, zoals zij Sisera opwachtte.

'Kom maar binnen, er is inderdaad niemand meer'. Barak je hebt je best gedaan. Maar het beslissende werk is niet van jouw hand. Er is iemand anders die het niet kan laten de doodsvijand de wacht aan te zeggen. En daar gebruikt hij zeer onverwachte mensen voor.

Houellebecq diagnosticeert Europa als een bibberende Barak wiens weerstand is gebroken omdat hij geen enkel verhaal meer heeft. Maar vandaag staat gelukkig een Debora op. Iemand die het waagt met het woord van recht en gerechtigheid. Een vrouw die weet: Liefde is sterker dan de dood en het daarmee waagt. Dat is een mentaliteit waar vele letterlijke en geestelijke ontheemden naar zullen smachten. Ja, misschien wij allemaal wel, vanochtend. Laat Debora opstaan onder ons. Vandaag en de dagen die komen!

Henriëtte Roland Holst

(1869-1952)

De zachte krachten zullen zeker winnen
in ’t eind -- dit hoor ik als een innig fluistren
in mij: zoo ’t zweeg zou alle licht verduistren
alle warmte zou verstarren van binnen.

De machten die de liefde nog omkluistren
zal zij, allengs voortschrijdend, overwinnen,
dan kan de groote zaligheid beginnen
die w’als onze harten aandachtig luistren

in alle teederheden ruischen hooren
als in kleine schelpen de groote zee.
Liefde is de zin van ’t leven der planeten

en mensche’ en diere’. Er is niets wat kan storen
’t stijgen tot haar. Dit is het zeekre weten:
naar volmaakte Liefde stijgt alles mee.

Terug naar overzicht…