Gewoon jezelf zijn?

Door Aart Mak

Als ik mij niet vergis, zijn we wereldwijd op onze schreden aan het terugkeren van het doorgeslagen individualisme. Met het individualisme op zich is niets mis. Mensen zijn individuen. En na tijden van aanpassing aan wat de moraal, de groep of de kerk voorschreef, kon het niet anders of er moest een fase komen in de westerse samenleving dat jongeren eerst, maar vrouwen even goed, en niet alleen de bovenlaag van de bevolking maar ook de middenklasse en tenslotte de mensen die dagelijks op hun knieën de vloer zitten te boenen of  de wegen zitten te bestraten, op gingen komen voor hun eigenheid. Maar toen sloeg het door. Dat werd al enigszins duidelijk toen de nu grootste politieke partij van Nederland jaren geleden het had over ‘gewoon jezelf kunnen zijn’. Hier al werd het een claim om jezelf te kunnen zijn en hoorde je al niet meer dat een individu ook lid is van kleine en grote gemeenschappen, met andere woorden: dat een gemeenschap grenzen stelt aan de vrijheid van de enkeling. En het was jaren nadien helemaal duidelijk hoe dat individualisme was doorgeslagen toen nota bene de premier van diezelfde partij fulmineerde tegen het dikke ik. Wie wind zaait zal storm oogsten. Naar mijn idee is ook het populisme een vorm van doorgedraaid individualisme. De burger is mondig geworden en dat is prima. Maar de mondigheid leidde er bij sommigen toe dat de overheid er dan ook maar voor moest zorgen dat zij in allerlei opzichten hun zin kregen en dat iedereen die dat in de weg stond, behoorde tot de, in de taal van het populisme, elite of de linkse kerk.

Ik denk dus dat we met elkaar langzamerhand genoeg hebben van dat doorgeslagen individualisme. Jan Roos, de lijsttrekker van een partij die in maart dit jaar geen zetel haalde, druipt af. Geert Wilders die een jaar geleden met zijn rancuneuze en op de straattaal van de vrije jongens gebaseerde tweets en verbale uithalen, dertig tot veertig zetels zou behalen, haalde die bij lange na niet en graaft zich sindsdien steeds meer in in zijn eigen, steeds venijniger en irreëel wordende gelijk. In Frankrijk veroorzaakte Marine le Pen bij lange na niet de volksopstand van de boze burger die zij en haar buitenlandse vrienden gehoopt hadden. Dat deed in de Verenigde Staten Donald Trump wel, iemand die door zijn rijkdom de grootste individualist is die daar in dat land van toch al veel individualisten rondloopt maar in zijn gedrag ook nog eens een klassieke narcist is. Maar ook daar, schat ik in, zal deze man aan zijn eigen vermeende gelijk ten onder gaan, simpelweg omdat de boze burgers die op hem gestemd hebben, zullen ontdekken dat hij hun knollen voor citroenen verkocht heeft en zelf met zijn miljardairs-vrienden alleen maar voor hen zelf voordelige transacties sluit, als president of als zakenman; dat loopt bij hem dwars door elkaar en ook dat zal hem politiek ene keer de kop kosten.

Individualisme is dus niet verkeerd, maar het sloeg door en nu zijn we nog weliswaar heel langzaam maar toch terug aan het keren naar vormen van meer gemeenschap. Mensen hebben elkaar nodig, zeker met een overheid die zich volgens dat ook zo doorgeslagen economische inidvidualisme (het zogeheten neoliberalisme) terugtrekt en de illusie koestert dat de marktwerking overal goed voor is. Maar de gehandicapten, de ouderen, de kinderen die speciale zorg nodig hebben en vele andere mensen die weerwerk willen leveren tegen de internationale molochs waar ook overheden geen vat op hebben en die goud verdienen met wapens, medicijnen, verkeerd voedsel en allerlei groene en gezonde veranderingen tegenhouden – denk aan de autolobby, begrijpen dat ze de handen ineen moeten slaan. Zo is er een beweging in Nederland gaande die de rol van het geld weer terug wil brengen tot de eenvoud die bij geld hoort en weerwerk wil leveren tegen de banken die vergeten zijn dat ze ooit als coöperaties werden opgericht. Terwijl dus het gezicht van het individualisme steeds meer het grimmige gelaat werd van de calculerende burger die voortdurend uit was op eigen gewin, gaan we dat gezicht weer terug boetseren naar het gelaat van iemand die er als individu mag zijn, maar wel te midden van anderen leeft en die anderen nodig heeft, niet alleen in zijn eigen belang, maar ook om zijn leven kwaliteit te geven.

En met het noemen van het woord kwaliteit bedoel ik dat mensen niet alleen op elkaar zijn aangewezen in tijden van nood en dood, maar dat mensen hun leven ook diepgang en glans kunnen geven als ze vriendschappen sluiten en zichzelf in dienst stellen van een groter ideaal, van een groep of van een samenleving. Daar spreken de oude geschriften waar de kerk schatbewaarder van is, al eeuwen over, zoals u weet. Wij zijn allen leden van één lichaam en het oog kan niet zeggen tot de voet dat deze minder is dan hij. Dat mooie beeld van Paulus wordt vaak genoemd. Dat hadden we een tijdje geparkeerd misschien, ook in de kerk. Er moest gepraat worden, debatten worden gevoerd, dingen gedaan, vernieuwd, verjongd, aangepast aan de moderne tijd. Ook in de kerk mochten mensen er zijn als individu. Ook dat is op zich allemaal niet verkeerd. Maar wat altijd bleef en een tijd minder zichtbaar was, ook in de kerk, was die gemeenschap. En zeker als je oud of moe, ziek of uitgerangeerd bent, is het een weldaad als er mensen om je heen zijn die jou met al je unieke eigen aardigheden verwelkomen in hun gemeenschap. Een mens valt niet samen met wat hij van zichzelf kan maken. Je hebt anderen nodig die je voor lief nemen en je de rust gunnen te zijn wie je bent. Gewoon jezelf zijn, zou de VVD zeggen. Maar in de christelijke gemeenschap voelt dat toch net even anders...

 

Terug naar overzicht…